Samenwerking met Myanmar

Deze meetcampagne is onderdeel van een reeks van activiteiten op het gebied van waterbeheer, die de TU Delft sinds 2013 onderneemt in samenwerking met Myanmar. Het gaat om activiteiten op het gebied van onderzoek, onderwijs en ook valorisatie. Zo is de Delftse startup Disdro, waar Rolf Hut aan is verbonden, onderdeel van het Partners voor Water project: “Leapfrogging Delta Management in Myanmar - Showcase smart information solutions in the Ayeyawady Delta”. Disdro is een van negen startups die onder de vleugels van VPdelta in dit project innovaties testen en demonstreren in Myanmar. Het Partners voor Water project is mogelijk gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Daarnaast werkt de TU Delft samen met twee Myanmarese universiteiten, Yangoon Technological University en Myanmar Maritime University, om  capaciteit op te bouwen op het gebied van Water Resources Engineering. Dit project loopt van 2015 tot 2019 en is gefinancierd door NICHE-NUFFIC. Medewerkers en studenten van deze universiteiten namen deel aan dit meetexperiment aan de Irrawaddy rivier als onderdeel van hun leerproces en als een voorbeeld van potentiëel veldwerk.

De Irrawaddy rivier begrijpen met ballonnen en GPS-trackers

Stel je een brede rivier voor in Azië die zo schoon is dat je het water eruit kunt drinken. Het land waar de rivier doorheen stroomt, Myanmar, ontwikkelt zich snel na lange tijd afgesloten te zijn geweest van de buitenwereld. De urbanisatie versnelt, net als de industrie. Dat is goed nieuws voor de economie en levensstandaard, maar een risico voor de waterkwaliteit. Hoe en waar verandert de kwaliteit van het water? En hoe snel zal een mogelijke verontreiniging zich verspreiden in de rivier? Thom Bogaard, Rolf Hut en Martine Rutten van de TU Delft doen onderzoek naar deze vragen in Myanmar. Bij hun laatste bezoek brachten zij met lokale studenten en organisaties  de Irrawaddy rivier in kaart. Hun belangrijkste bagage deze keer: 400 ballonnen, 15 GPS-trackers en een berg fietslampjes van de HEMA.

Waterkwaliteit en stroomsnelheid

Het team richtte zich in dit experiment op het meten van de waterkwaliteit en de variaties in stroomsnelheden van de rivier. Met deze data kan het team voorspellen hoe toekomstige verontreiniging zich verspreid. “De Irrawaddy is een enorme rivier en een belangrijke levensader voor de bevolking,” licht Thom toe.  “Hij wordt niet alleen gebruikt voor drinkwater en irrigatie van akkers, maar ook voor de scheepvaart.” Het team heeft daarom de ambitie deze rivier in zijn geheel goed te doorgronden. “We gingen nu om onze modellen over stroming te kunnen ijken, maar in de toekomst hopen we ook continu de water kwaliteit in de gaten te houden of waterbouwkundige voorspellingen te kunnen doen. Hoe snel veranderen bijvoorbeeld de vaargeulen van deze rivier in de loop van de tijd?”

Kokosnoten, ballonnen en trackers

De uitdaging in dit project was om de stroomsnelheid van deze brede Irrawaddy op een betaalbare manier te meten. Want het was een belangrijke voorwaarde voor het team dat lokale organisaties het experiment zelfstandig en regelmatig kunnen herhalen in de toekomst.  “Normaliter werkt het als volgt”, vat Rolf Hut samen, “Je gooit een oplossing van een stof, bijvoorbeeld zout, in een rivier, en op standaard plekken en tijden meet je of dat voorbijkomt.” Dat werkt alleen als de rivier niet te groot is. Anders moet je met dure apparatuur, zoals kant en klare GPS-beacons aan de slag. Dat was in dit geval niet haalbaar. Rolf maakte daarom zelf van bestaande technologie een betaalbare GPS-tracker die elke minuut zijn positie op een lokale SD-kaart schrijft, elk kwartier inbelt en zo zelf zijn locatie doorgeeft. Daardoor konden deze trackers ook weer teruggevonden worden. “Dat was nogal handig”, vertelt Thom, “want ze werden regelmatig door nieuwsgierige vissers uit het water geplukt! Gelukkig konden we ze dan meestal weer lokaliseren.”

Een nog goedkopere oplossing vond het team in een berg van 400 kokosnoten, die goed blijven drijven, voorzien van gekleurde ballonnen. In de ballonnen stopte het team gekleurde LED-lampjes, zodat deze drijvers ook bij schemering zichtbaar waren. Deze drijvers werden uitgezet in twee zijarmen van de rivier, om te kunnen zien wat er gebeurt als deze twee stromingen bij elkaar komen en hoe zij mixen. Vanaf bruggen, die zo’n 50 kilometer uit elkaar lagen, konden de studenten en onderzoekers zien waar de ballonnen en trackers naartoe stroomden.

Improviseren

Het team heeft de trackers gevolgd en meerdere dagen op boten doorgebracht om te turven. “Dat was geweldig teamwerk,” vertelt Thom. “Eén boot zette een GPS-tracker uit, een andere boot zorgde voor bescherming en liet de stuurman de juiste verrichtingen doen. En weer een andere deed vele andere metingen en nam watermonsters.” Voor Rolf is het leukste aan dit soort veldwerk dat je veel moet improviseren. “Je moet van alles kunnen en snel slimme oplossingen zoeken voor falende batterijen, telefoons die leeg raken en lekkende boten. En tussendoor voerden we zoveel mogelijk extra metingen uit om enerzijds de rivier door en door te leren kennen en anderzijds de Myanmarese en Delftse studenten extra veldwerk ervaring op te laten doen.”

 

Een slim meetnetwerk

Dat laatste is belangrijk voor de uiteindelijke ambitie van dit project: een slim meetnetwerk opzetten om continu de waterkwaliteit te kunnen monitoren en data te blijven verzamelen. Rivieren in het algemeen, en de Irrawaddy in het bijzonder, veranderen altijd. En dus is het noodzakelijk vaker de rivier in kaart te kunnen brengen. Door de lokale verantwoordelijken, studenten en collega’s te betrekken bij dit experiment, hopen de Delftse onderzoekers over de essentiële lokale kennis beschikken, en er voor te zorgen dat dit onderzoek periodiek herhaald kan worden. Met de data wil het team bepalen in hoeverre het ophalen van gegevens over waterkwaliteit via citizen science kan dienen als monitoringsysteem.

Studenten het belang van veldwerk aanleren is dan wel belangrijk, beaamt Rolf. “We hebben in dit project aan onze partners kunnen laten zien dat je onderzoek en onderwijs niet alleen maar in een gebouw met dure spullen hoeft te doen. Studenten leren  essentiële vaardigheden als je op locatie met ze aan de slag gaat, en je haalt zo zeer relevante data op. Onderzoek kun je juist ook doen in de buitenlucht met duct tape en fietslampjes!”

Gepubliceerd: maart 2017

© 2017 TU Delft

Metamenu